Afscheid van Integratie [Speech/TEXT] – Open Forum Dag

Keynote Speech tijdens de Open Forum Dag van het Minderheden Forum – 29 maart 2014, Vlaams Parlmenent, Brussel.

Proloog

Laat me beginnen met het volgende: ik ben heel blij dat ik het woord tot jullie mag richten vandaag, en dit op de hoogdag van het Minderhedenforum. Het is al even geleden dat ik in het veld stond en de handen uit de mouwen stak. Zelf houd ik me meer bezig met kennisproductie. Ik werkte de afgelopen drie jaar als journaliste en Afrika redacteur bij MO* Magazine. Daarnaast ben reeds dertien jaar actief in de onderzoekswereld. Vandaag doceer ik Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Portsmouth in Engeland, een land waar diversiteit op een heel andere manier wordt aangepakt.

De Open Forum Dag richt de schijnwerpers op de massa’s werk van velen onder jullie. Wat ik in de komende twintig minuten wil doen is een aantal ideeën op jullie los te laten en jullie mening te horen. Concreet gaat het om drie ideeën die ik met jullie wil bespreken. Twee waarvan ik denk dat we er komaf mee moeten maken en één waar verder positief op ingezet kan worden.

Het eerste gaat over het dilemma van het steeds weerkerende ‘dit-is-geen-racisme’-debat. Ik stel voor om hier niet teveel tijd en energie in te steken. Ten tweede moeten we afscheid nemen van assimilatie en integratie, ook daar hebben we veel tijd aan besteed. Als we naar de resultaten kijken is dit een model dat duidelijk faalde. Ten derde schuif ik de idee van dekolonisering voor als mogelijks alternatief voor de toekomst, iets waar velen al dagelijks mee bezig zijn.

1: ‘Dit-is-geen-racisme’

Het ‘dit-is-geen-racisme’-debat dus. De actualiteit van de laatste weken liegt er niet om: er is nog heel wat werk aan de winkel. ‘Er zijn zo van die zonnige lentedagen waarin er niets rest dan een diepe schaamte voor uw geboorteland of -regio. #DeMorgen #Obama #Wilders #Rutte …’, schreef ik de dag na het verschijnen van de apenfoto van Michelle en Barack Obama in De Morgen op mijn Facebook wall. Hoe shockerend deze expliciete vormen van plat racisme ook mogen zijn, het zijn vooral de verontrustende cijfers van achterstelling en discriminatie op de woonmarkt, op de arbeidsmarkt en in het onderwijs die ons zouden moeten bezighouden. Tegelijkertijd kunnen beide fenomenen, het plat racisme en discriminatie, niet los van elkaar gezien worden. Aangezien er nog zoveel werk aan de winkel is, dringt zich de heel praktische vraag op hoe we onze tijd gaan gebruiken.

Enkele jaren geleden had ik beslist geen tijd meer te steken in het ‘dit-is-geen-racisme’-debat, in het eindeloos argumenteren of iets racisme is of niet, wat racisme precies inhoudt en wat niet. Het is een mensonterende bezigheid, inzoomen op banaliteiten zoals Zwarte Piet of een fotomontage waarin mensen van Afrikaanse origine als apen worden voorgesteld. Tegelijkertijd zijn het steeds weerkerende bevestigingen van het feit dat minderheden buiten de samenleving worden gezet, niet in het minst omdat hun stem niet eens au sérieux wordt genomen in het ‘dit-is-geen-racisme’-debat. In een ideale wereld is zelfs één racistisch incident er één te veel, maar – belangrijker nog – het is algemeen geweten en gedocumenteerd dat racisme in Vlaanderen, België en Europa zo wijdverspreid is dat het geen debat behoeft.

Hoe moe het ‘dit-is-geen-racisme’-debat me ook maakt, de link tussen racisme en discriminatie deed me beseffen dat we het racisme gesprek niet simpelweg kunnen negeren. Het weerkerend passeren van het expliciet racisme is een thermometer van wat er in de samenleving leeft en dat verklaart ook de discriminatiecijfers.

De echte strijd zou om de discriminatiecijfers moeten gaan, het is daar dat we het meeste van onze tijd, energie en creativiteit in zouden moeten steken. Gezien de link tussen het expliciet racisme en de discriminatiecijfers, is er dus een imperatief om het ‘dit-is-geen-racisme’-debat niettemin te blijven aangaan. Aangezien er maar 24 uur in een dag zijn is het misschien handig om drie vuistregels te hebben voor het voeren van het racisme debat.

Eerst en vooral moeten we het individuele en emotionele overstijgen, ten tweede het defensieve en ten derde het hier en nu. Ik neem het voorbeeld van de Obama-foto of Zwarte Piet.

Emotie en het individuele: Het is belangrijk duidelijk te maken dat het er niet om gaat dat bepaalde mensen, zoals ikzelf, zich persoonlijk beledigd zouden voelen door de zoveelste voorstelling van Afrikanen als apen of goedlachse of boosaardige slaven. Wijzen op het racistische karakter van Zwarte Piet of de Obama foto’s gaat om meer dan persoonlijke belediging. Het gaat om iets structureels, om die erbarmelijk gekleurde discriminatiecijfers. Laat u dus hiervan niet afleiden als iemand u probeert te troosten of te wijzen op uw lange tenen. Racisme gaat niet om u en mij als individu, noch om individuele intenties. Het is een collectief systeem dat zich in stand houdt via individuele acties, vaak onbewust en onbedoeld. De afwezigheid van intenties maakt iets niet miraculeus niet-racistisch.

Ten tweede is het belangrijk om in het debat het hier en nu te overstijgen. Racisme heeft een historisch en internationaal parcours en de beoordeling of iets racistisch is kan zich dus niet beperken tot (een partiële lezing) van Vlaanderen, België of Europa vandaag. We moeten onze geschiedenislessen herzien om het heden te begrijpen en beseffen dat een Vlaming alle kleuren van de regenboog kan hebben. Zonder het dehumaniseren, zonder het naar beneden halen van mensen met een bepaalde etnisch-culturele achtergrond, religie of huidskleur zijn slavernij, kolonisatie, uitbuiting en uitsluiting niet mogelijk, noch in het verleden, noch vandaag. Het is dus belangrijk dat we dit aan onszelf maar ook aan onze gesprekspartners kunnen meegeven.

Tenslotte is het belangrijk om het defensieve te overstijgen. Alle tijd die we in het defensieve steken – zoals het meegaan in het ‘dit-is-geen-racisme’-debat is tijd die we niet in creatieve offensieve en proactieve oplossingen steken. De ‘dit-is-geen-racisme’-discussie moet dus niet genegeerd worden, maar moet als een opstapje gezien worden om na te denken over een andere aanpak van de structurele discriminatieproblemen vandaag.

2: Afscheid van Integratie & Assimilatie

Wanneer ik oproep om het emotionele en persoonlijke niveau te overstijgen, wil ik niet de indruk wekken dat de persoonlijke kost van racisme niet zwaar zou zijn, of geen erkenning zou verdienen. In tegendeel. Naar mijn mening gebeurt het zelfs veel te weinig. Zelf ben ik in Brussel geboren en opgegroeid bij blanke ouders in Antwerpen. Tijdens mijn jeugd in Vlaanderen in de jaren ‘80 en ‘90 kreeg ik heel vaak de boodschap dat racisme niet bestaat, dat zolang je je best doet er geen deuren gesloten blijven op basis van je huidskleur. Voor lange tijd geloofde ik het ook, dat als je je aanpast er geen racisme is. Ik vermoed dat dit mantra voor velen hier herkenbaar is en zal er daarom ook niet verder over uitweiden.

Dit brengt me niettemin tot mijn tweede punt: het afscheid nemen van het assimilatie- en integratiemodel. De kerngedachte van dit model is dat wanneer je je eigenheid deels opgeeft en je aanpast aan de massa, je geaccepteerd wordt. Dat is problematisch op verschillende niveaus. Eerst en vooral omdat we weten dat dit niet waar is. Er zijn voldoende praktijktesten van mensen met Arabische namen die aan werk of een woning willen geraken om te bevestigen dat hoe hard ook je best doen, dit geen garantie is op een toegangsticketje tot de samenleving. Daarom alleen al zouden we het assimilatie-idee de vuilbak in kunnen gooien. Maar daarnaast is de kernidee van assimilatie en integratie mensonwaardig, in de zin dat het de samenleving indeelt in superieure en inferieure mensen of levenswijzen. Het praktische probleem dat dit met zich meebrengt zijn irreële verwachtingen, vooral naar de minderheden die geacht worden zich aan te passen, maar daarna toch op discriminatie stoten. Maar het creëert ook, misschien nog nefaster, irreële verwachtingen naar de meerderheid toe. Die krijgt immers de boodschap dat er niets veranderd moet worden aan de samenleving an sich en nog minder aan zichzelf. Het zou er simpelweg op neerkomen om te wachten tot de minderheden zich voldoende hebben aangepast. De idee dat de multiculturele samenleving failliet zou zijn klopt volgens mij dus in die zin dat het op irreële verwachtingen en beloften is gestoeld.

Nu we vijftig jaar migratie vieren kan het misschien interessant zijn om een radicaal andere kaart dan die van assimilatie en integratie te trekken om de samenleving vorm te geven en begrijpen. Ik stel de post-koloniale kaart voor. Hieronder begrijp ik de verbondenheid tussen minderheid en meerderheid die veel verder terug dan de zogenaamde vijftig jaar migratie. Het is ook een verbondenheid die zich zeker niet beperkt tot Vlaanderen. Sommige Vlaams-nationalisten ten spijt, kunnen we er niet omheen dat onze Vlaamse samenleving en identiteit tot in de kleinste details deel uitmaakt van de wijde, diverse wereld. We zien het alleen al in alle verschillende mensen die deze samenleving verrijken, maar ook in gebeurtenissen elders en in andere tijden.

Een korte illustratie. De Marokkanen zijn hier niet 50 jaar geleden aangekomen, zij hebben decennia eerder deelgenomen aan de bevrijding van Europa in WO I&II. Ook de Congolezen hebben bijgedragen aan onze welvaart via de dwangarbeid die hen werd opgelegd in Belgisch Congo en de Congo ‘Vrijstaat’ onder Leopold II. Nieuwkomers uit regio’s waar vandaag conflicten zijn of extreme armoede is, zijn onlosmakelijk verbonden met de actuele ongelijke handelsrelaties ontworpen in het Westen. Op die manier zijn we dus mede verantwoordelijk voor de aanwezigheid van de nieuwkomers vandaag in onze contreien terwijl we blind blijven voor hun bijdragen vandaag en gisteren.

Voor mij gaat die post-koloniale lezing van de samenleving dus om de erkenning van een gedeelde erfenis en een actuele verbondenheid. De meesten onder ons hebben er wel eens iets over gehoord maar de uitdaging is om het als een coherent en volledig verhaal te brengen in de mainstream, het integreren in de kennis van alledag. Dit is dus een bijkomende reden om afscheid te nemen van het assimilatiemodel. Het is immers niet zo dat minderheden zomaar onze samenleving kwamen en komen binnen wandelen om een graantje mee te pikken van de welvaartstaat. Zij maakten er altijd al deel van uit, bouwden het mee op en bijgevolg is zomaar aanpassen geen optie en op z’n minst onrechtvaardig. De post-koloniale lezing van de samenleving levert natuurlijk een heel ander plaatje van rechten en plichten op, alsook van verwachtingen aan beide kanten van de discriminatiemuur.

3: Dekoloniseren

Dit brengt me tot mijn derde en laatste idee: als we afstand nemen van integratie en assimilatie, hoe kunnen we dan het samenleven positief vorm geven? In de tijd die me rest laat ik graag de idee van dekolonisatie als strategie op jullie los.

Er zijn opnieuw drie elementen. Ten eerste is er het demythologiseren. Ten tweede, de oproep tot de-silencing: de stilte opheffen, het ontsluieren of ontluisteren, niet alleen van bepaalde gemarginaliseerde stemmen maar ook verhalen en belevingswerelden. Ten derde is er de oproep tot fundamenteel anti-kolonialisme.

De idee van demythologiseren illustreerde ik eerder met de oproep tot een post-koloniale lezing van onze samenleving vandaag. Het komt neer op het rechtzetten van enkele mythes in de kennis die we dag in dag uit blijven produceren over de wereld vandaag en vroeger. Een demythologiserende kennisproductie over de Vlaamse Marokkanen vandaag komt niet weg met het cliché van een OCMW-profitariaat, of de Congolese staat die het slecht doet omdat de Belgen destijds te vroeg zijn weggetrokken… Demythologiseren gaat niet enkel over het rechtzetten of vervolledigen van onze verhalen, maar ook over het verbinden van verschillende tijden en plekken om de realiteit vandaag beter te begrijpen. Dat hier een enorme taak voor het onderwijs en de mainstream media is weggelegd behoeft geen betoog.

Inspiratie voor het demythologiseren vinden we in de de-silencing strategie. Die houdt zich bezig met de vraag wie mag deelnemen aan het schrijven van het verhaal, en welke verhalen systematisch voor het grijpen liggen en welke constant verborgen blijven.

Het loont allicht om hier een concreet voorbeeld te geven: sinds september woon ik in Engeland en alhoewel het verre van een perfecte samenleving is, valt het me als Vlaamse bijna dagelijks op hoe anders ze daar met diversiteit omgaan. In Vlaanderen werd ik wakker met Radio 1, in Engeland met Radio 4, beide publieke zenders die op een hoogopgeleid luisterpubliek mikken. Er was enkele maanden geleden een incident op een universiteit in Londen. Een moslimorganisatie, gelieerd met de universiteit, organiseerde geregeld religieus geïnspireerde lezingen. De zaalopstelling tijdens die lezingen was drievoudig: een sectie voor mannen, eentje voor vrouwen, en eentje waar mannen en vrouwen door elkaar zaten. Deelnemers konden kiezen waar ze zaten.

Toen ik hierover op de radio hoorde bedacht ik hoeveel ophef dit in Vlaanderen zou veroorzaken. Maar ook in Engeland ging het dus niet ongemerkt voorbij. Het grote verschil tussen Vlaanderen en Engeland was de manier waarop het behandeld werd in de publieke media. Tijdens een debat hierover in het ochtendprogramma van Radio 4 viel het me meteen op dat de organisatie in kwestie mee aan tafel zat. De andere gast van de journalist was een feministische moslima. De verschillende argumenten die over en weer vlogen gaven de luisteraar meteen het inzicht mee dat er een ongelofelijke diversiteit is binnen de moslimgemeenschap. De vertegenwoordiger van de organisatie gaf aan dat het onderwijs in Engeland vroeger ook zo georganiseerd was (man – vrouwscheiding zou bepaalde pedagogische voordelen hebben). De feministische moslimvrouw bracht op basis van de Koran en haar geloof een resem tegenargumenten aan. Dit gesprek werd in goede kritische banen geleid door een journaliste van wie ik tot op de dag van vandaag niet zou kunnen zeggen wat haar positie in deze was.

Ik link dit voorbeeld aan de de-silencing gedachte aangezien in Vlaanderen het debat voornamelijk gevoerd zou worden door twee Vlamingen uit de meerderheid en misschien één persoon uit de minderheid. Onze journalisten zouden in de discussie steevast hun kritische zijlijn positie verlaten en meegaan in de vraagstelling of zulke praktijken wel ‘kunnen in onze samenleving’.

Desilencing is in deze de praktische invulling van het demythologiseren, het is iets waar meerderheid plaats voor moet maken, en de minderheden proactief moeten opeisen. Het is afscheid nemen van de gedachte dat we gasten zijn in eigen land, dat we een uitnodiging nodig hebben om haar verhaal mee te schrijven.

De derde en laatste idee – het fundamenteel anti-kolonialisme – is misschien wel het belangrijkste. In de zeer nabije toekomst zullen de etnisch-culturele minderheden op bepaalde plaatsen in dit land – op wereldvlak zijn de niet-blanken altijd al in de meerderheid geweest – op zijn minst numeriek geen ‘minderheid’ meer zijn. Velen in de meerderheid kijken hier met een zekere angst tegenaan. Indien het systeem niet fundamenteel verandert is dit zelfs niet geheel onterecht. De anti-koloniale strategie roept op om van dekolonisatie iets meer dan een simpele stoelendans te maken. De dekoloniale strijd gaat om meer dan te mogen meedoen met de rest. De meerwaarde van dekolonisatie is dat het de toegang gebruikt om er iets fundamenteel anders mee te doen, om alles op alles te zetten tegen ongelijkheid en onderdrukking, op zo’n manier dat we ook alternatieven proberen te vinden voor die samenleving zelf.

Dekoloniseren is dus de mythes ontkrachten, de tunnelvisies doorbreken en evolueren naar een open visie op de samenleving. Het de-silencen zorgt ervoor dat we meer mensen laten deelnemen aan de verhalen, wat dan weer meer interessante en nuttige verhalen oplevert om de steeds veranderende samenleving te begrijpen. Eens we ons losmaken van het assimilatie model of het racisme debat, zorgt de anti-koloniale strategie ervoor dat het meer is dan een egoïstische power-trip voor de minderheden, maar dat we proactief en creatief in verbondenheid met en voor de hele samenleving nadenken over alternatieven voor onze economie, onze democratie, ecologie, consumptie, solidariteit, …het lijstje is eindeloos.

Dit zijn de belangrijkste gedachten die ik vandaag wilde delen met jullie. Er staat nog van alles op papier, maar mijn tijd is om. Ik heb nog meer vertrouwen in jullie dan mezelf om deze ideeën kritisch onder de loep te nemen en/of te vertalen in de praktijk.

Er rest mij enkel jullie hartelijk te bedanken voor al het harde werk. Ik wens jullie een ongelofelijk boeiende en interessante dag toe.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s