[MO* Column] Lessen solidariteit, soevereiniteit & democratie liggen buiten Europa

(verscheen op MO*.be op 16/07/2015)

Onder een loodzware hemel, tussen de miezerige regendruppels door, haast ik me over de Portsmouth-Damm brug. Ik ben op weg naar mijn eigenste ‘it’s a new dawn, it’s a new day’ en het poetisch toeval wil dat net dan Lauryn Hill, Nina Simone’s ‘Feeling Good’ mijn oren in zingt. (Het nieuwe all-star tribute album voor ‘La Grande Dame Simone’ is de moeite!)

Het is maandagochtend en ik ben in Duisburg, Duitsland, mijn nieuwe thuis voor het komende jaar. De naam van de brug herinnert me er aan dat de stad een zustergemeente is van mijn andere thuis, Portsmouth, en een gevoel van “alles-hangt-aaneen” / “alles-is-zowel-toeval-als-voorbestemd”, overvalt me.

Ik heb twaalf maanden om een boek in elkaar boksen over soevereiniteit en zelfbeschikking. In de marge wil ik ook nadenken over democratie en solidariteit.

Ik probeer niet te lang stil te staan bij het feit dat ik er voor mijn doctoraat twaalf jaar over deed. Los van mijn chronisch gebrek aan zelfdiscipline besef ik nu dat ik minstens een decennium nodig had om mijn plek te vinden in het grenzenloze eurocentrisme van mijn “internationale” discipline. Die hindernis blijf ik intussen dagelijks met wisselend succes stap voor stap overwinnen. Op dagen dat de zon schijnt ben ik voorzichtig-optimistisch over deze nieuwe uitdaging.

Het voordeel van het verstrijken van de jaren is dat de kans groot is dat ervaringen tot inzichten rijpen.
Zo maakte ik deze keer van mijn boekproject meteen, openlijk en onapologetisch een dekoloniale onderneming, i.e.: zonder eerst tachtig procent van mijn tijd te verspelen met het in kaart brengen van de bestaande canon.

Ditmaal probeer ik van meet af aan, via denkkaders en ervaringen uit Somaliland, Rwanda en Black Power in de VS, de gangbare Eurocentrische paden te verlaten, mythes te doorprikken en de status quo te doorbreken. Niet vanuit een soort postkoloniaal wraaksentiment, of vanuit de illusie dat we vanuit Europa ons eigen eurocentrisme ooit met succes zullen kunnen overstijgen. Wel vanuit het besef dat we hoogdringend op zoek moeten naar frisse ideeën over hoe we anders over deze uiterst belangrijke concepten kunnen nadenken.

God knows dat we het kunnen gebruiken deze dagen.

***

Verhofstadt declameerde met vuur het neoliberaal dogma […] als een T.I.N.A., overgoten met een dikke saus misprijzen, arrogantie en betweterig paternalisme.

Ergens tussen Portsmouth en Duisburg in, tijdens mijn pitstop in België vorige week, kon ik er moeilijk naast kijken: Een briesende Guy Verhofstadt die met veel pathos de Griekse premier Tsipras de mantel uitveegde voor het Europese Parlement.

In eerste instantie was ik vooral blij met de schijnbare terugkeer van de politiek. Dat het gros van de uiterst belangrijke beslissingen voor de toekomst van zowel Griekenland als Europa – net zoals het leeuwendeel van de besprekingen over de Trans-Atlantische Vrijhandelsakkoorden (TTIP’s) trouwens – vooral achter gesloten deuren had plaatsgevonden, wijst erop dat zelfs de schijn van een democratisch proces niet zo belangrijk meer is voor de Europese machine.

Ook al kan ik Verhofstadt’s passie doorgaans tot op een zekere hoogte appreciëren – zolang ik niet inzoom op de inhoud van zijn voorstellen – groeide mijn afgrijzen en diepe irritatie (alsook mijn plaatsvervangende schaamte voor een versie van het Engels dat niet thuishoort in een internationaal forum waar iemand ook perfect de eigen taal mag spreken) gestaag. Verhofstadt declameerde met vuur het neoliberaal dogma – niet als een van de vele politiek-ideologische opties uit de bestaande trukendoos, maar als een T.I.N.A. (There Is No Alternative), overgoten met een dikke saus misprijzen, arrogantie en betweterig paternalisme.

Een instant déjà-vue moment.
Niet alleen Verhofstadt’s theatrale speech, maar ook de Griekse (én Spaanse) anti-besparingsprotesten en de bijbehorende oproepen voor meer democratie en soevereiniteit, deden meteen een belletje rinkelen.

Aan de essentie van het dogma – alle heil zien in privatiseren – wordt nog steeds niet geraakt.

Ik hoorde Verhofstadt’s goede raad aan zijn kameraad Tsipras en moest meteen denken aan de – letterlijk – moordende Structurele Aanpassingsprogramma’s (SAP’s) die de Internationale Financiële Instellingen (IFI’s) in de jaren ’80 door de strot van het gros van het Zuiden ramden.

In de jaren ’90 stonden in verschillende Afrikaanse landen burgers en masse op straat met de vraag voor meer democratie. Over de SAP’s kunnen zelfs de wereldbank en het IMF vandaag toegeven dat ze misschien ietwat ongelukkig opgedrongen en geïmplementeerd waren, maar aan de essentie van het dogma – alle heil zien in privatiseren bijvoorbeeld – wordt nog steeds niet geraakt.

De Afrikaanse democratie protesten zijn intussen de geschiedenisboeken – als ze er al in staan – in gegaan als een smeekbede van de Afrikaanse burgers voor Westerse democratie. Wat doorgaans weggelaten wordt, is het feit dat mensen op straat kwamen ten gevolge van de nefaste impact van de SAP’s op hun leven, en hoe de manifestanten eigenlijk vroegen om meer inspraak in de economische beslissingen, die geheel in handen waren van de nationale en internationale elites.
Dit belletje rinkelt vanzelf.

Het is hoog tijd dat we in deze “Griekse” crisistijden de Europese navelstaarderij kordaat overstijgen.

Indien geschiedenis moet dienen om lessen te trekken uit het verleden, is het hoog tijd dat we in deze “Griekse” crisistijden de Europese navelstaarderij kordaat overstijgen.

Zelfs voor de Eurocentrische neoliberale/neokoloniale strategen onder ons valt hier iets te rapen. Het Afrikaanse voorbeeld herinnert er immers aan dat vandaag opkomende machten als China, Brazilië en India de geprefereerde partners zijn om nieuw leven te blazen in de Afrikaanse economieën.

Solidariteit van linkse signatuur zou echter veel verder moeten gaan. Het moet onvermoeibaar en op werkbare wijze de fundamenten van het kapitalistisch systeem in vraag stellen. Niet enkel vanuit een paternalistisch medeleven met de zwaksten hier of in het zuiden, maar vanuit een haast rationeel besef dat uiteindelijk al onze levens aan elkaar verbonden zijn, en dat niemand de absolute waarheid in pacht heeft; wel de capaciteit om de eigen realiteit mee vorm te geven.

Dat is wat mij betreft de meerwaarde van een dekoloniale bestudering van wat er zich vandaag rondom ons afspeelt: het inzicht dat er niets nieuws onder de zon is; dat we fouten uit het verleden kunnen proberen te vermijden als we verder kijken dan onze neus lang is; en dat dit niet lukt zonder het triumviraat van fundamentele verbondenheid, waardigheid en inspraak.

Solidariteit, soevereiniteit en democratie dus. De precieze betekenis van die concepten moeten we met z’n allen continue blijven bijschaven.

In 1964 gaven Black Power-denkers Stokely Carmichael/Kwame Ture en Charles V. Hamilton alvast de volgende vier tips mee over werkbare solidariteit en coalitievorming:

1) alle betrokken partijen moeten een duidelijk zicht hebben op hun respectievelijk eigenbelang;

2) beide partijen moeten overtuigd zijn dat hun samenwerking dat eigenbelang dient;

3) aanvaarden dat elke partij een eigen onafhankelijke machtsbasis heeft en niet afhankelijk is van een macht buiten zichzelf voor het nemen van beslissingen; en 4) de realisatie dat de coalitie zich met specifieke en meetbare doelstellingen bezighoudt – geen algemene en vage.

Misschien kunnen we hiermee al aan de slag.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s